De reden om te stoppen is dat er gemerkt werd dat de animo om te monitoren afnam. De oorzaak hiervan zijn de landelijke ontwikkelingen, de interne ontwikkelingen bij de IMC's zelf en de constatering dat 7 jaar data verzamelen voldoende oplevert. Een kleine inventarisatie leverde het volgende op:
§ IMC’s zijn onderling in gesprek gekomen. Dat gebeurde vooral tijdens de IMC monitordagen die jaarlijks werden georganiseerd.
§ Er zijn veel data verzameld over de IMC patiëntenpopulatie. Momenteel is er een bestand van ca 1.500 patiënten van wie we beschikken over de zogeheten Kerngegevens Opname.
§ Twee publicaties zijn uitgekomen, gebaseerd op de monitorgegevens:
Raes V et al (accepted): The use of the RCQ-D in patients with poly-drug abuse. In: Addiction Research and Theory; en
Holsbeek et al (2010): Het gebruik van motivatievragenlijsten in de behandeling van chronisch verslaafde patiënten. In: Verslaving, 6: 55-64.
Twee publicaties zijn thans in voorbereiding: een over self-reported craving en een over motivatie bij vrijwillig en niet-vrijwillig opgenomen patiënten. Daarnaast wordt in september 2010 een stageproject afgerond waarbij aan verschillende IMC’s een training is gegeven omtrent het gebruik van Motivation for Treatment (MfT) en Motivation for Treatment - Observed (MfT-O) in het primaire proces. Meer publicaties zullen volgen in de komende tijd.
§ Ook recent – mede in de slipstream van de ontwikkelingen met betrekking tot Routine Outcome Monitoring – dringt het besef steeds meer door dat de lijsten die worden toegepast in de monitor juist ook nut hebben in het primaire proces. De toepassing van met name de Motivation for Treatment Scale – zowel de patient- als de hulpverlenersversie – vindt steeds meer en met groeiend enthousiasme plaats.
§ Een ander belangrijk punt dat is bereikt is dat er steeds meer meet-bereidheid komt. Dat is niet uitsluitend de verdienste van de monitor, ook de tijdgeest speelt hier een rol. Maar de monitor heeft hieraan zeker een positieve impuls gegeven.
§ De monitor heeft een basis gevormd voor de introductie van de ROM. Daarmee wordt met name gedoeld op de systematiek en de logistiek. Ook de webbased ondersteuning van monitoring is een goede voorbereiding geweest op de ROM. Daarnaast moet hier ook genoemd worden de erkenning van het nut van het gebruik van vragenlijsten in het hulpverlener-patiënt contact, zoals eerder besproken.
§ Ten slotte is er veel meer bekend geworden over de IMC’s zelf, over het programma, de plaats in de keten, etc. Beschrijvingen hierover hebben al plaatsgevonden en zullen in de nabije toekomst ook nog volgen.
De komende tijd zal de kerngroep IMC zich bezig houden met de afsluiting van de IMC monitor. Hiertoe zal een planning gemaakt worden die ter zijner tijd op de website gepubliceerd zal worden.